In Breda is zojuist het jaarverslag over 2016 gepubliceerd van Klik voor Wonen – het platform waar vraag van woningzoekenden en het aanbod van corporaties op de woningmarkt samenkomen. Leesvoer waar je niet echt vrolijk van wordt.

We weten: de woningmarkt is door allerlei rijks-overheidsbeleid in decennia volstrekt in het honderd gestuurd. Grote groepen mensen komen niet aan een betaalbare woning, terwijl andere groepen met hulp van de belastingdienst jaarlijks hun vermogen zien groeien.

Corporaties bouwen niet

Corporaties houden zich op grond van de nieuwe wet verre van riskante operaties. Sterker: ze bouwen bijna niet meer voor de doelgroep. Die bestaat uit huishoudens met een wat smallere portemonnee dan gemiddeld of een heel smalle portemonnee. Veel gemeenten bieden corporaties heel redelijke grondprijzen…., maar geen grond. Hun grondbedrijven tellen nog net te veel lijken in de kast of men zoekt geld ‘voor leuke dingen voor de mensen’. Betaalbaar wonen is dat kennelijk niet altijd.

Het CBS meldt op 29 mei dat de corporaties in Nederland per saldo (nieuwbouw minus sloop) in 2015 slechts vier duizend huizen hebben gebouwd. Hun totale voorraad is met 10.000 woningen geslonken. Dus ze hebben 14.000 huizen verkocht.

De drie corporaties in Breda bouwen zo goed als niets meer. In 2016, zo leert bovengenoemd jaarverslag, worden niet meer dan vier nieuwbouwwoningen toegewezen aan huurders. We nemen aan (we weten het niet zeker) dat deze nog uit een bouwstroompje van 2015 stammen. Zeg maar rustig: de corporaties hebben vorig jaar niet één huis gebouwd.

Wachttijd neemt toe

Tegelijkertijd neemt, ondanks strengere toewijzingsregels die de doelgroep(-en) bevoordelen, de wachttijd voor een woning toe. Met die wachttijd bedoel ik de wachttijd van ingeschreven woningzoekenden. Het gemiddelde dat in dit soort verslagen terecht komt, wordt tegenwoordig stevig naar beneden gedrukt door de ultrakorte wachttijd voor speciale groepen. Een Bredaas setje met een laag inkomen wacht algauw 5 tot 6 jaar op een beetje normale, betaalbare huurwoning.

Hoogste tijd dus om met elkaar aan de slag te gaan. En dat betekent voor alle betrokken partijen – gemeente, corporaties en marktpartijen –  dat ze samen de vraag beantwoorden: waar is Breda de nood het hoogst en dat ze samen optrekken om het probleem op te lossen. En dat alle drie hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen.

Werk beter samen en bouw!

We kennen het antwoord op de vraag over de hoogste nood. Nu nog echte woningen, en niet alleen – zonder twijfel goed bedoelde – plukjes tijdelijke kotjes op overwoekerde restperceeltjes of speelterreintjes in de woonwijken. Druppels op een gloeiende plaat en matige kwaliteit.

Dat kunnen we in Breda beter. Het vergt betere samenwerking, meer onderling vertrouwen en versnelling van planprocedures. Dat kan, het heeft te maken met instelling, met houding. We spelen toch in de eredivisie? Hoezo zouden we de huidige woningnood niet in een paar jaar uit de wedstrijd kunnen tikken?

Lees hier zelf het jaarverslag 2016 van Klik.

Een reactie plaatsen

Dit is een product van